Reisverslagen 2024: Ontdek Mozambique met mij mee

Reisverslagen

Hier vind je de reisverslagen die ik in het dorpsweekblaadje mocht publiceren. Elk verslag geeft een inkijkje in de locaties die ik heb bezocht en de unieke mensen die ik heb ontmoet.

Deel 1 van 6: Mozambique, het volk dat mij verraste

Het was oktober 2022. Samen met mijn moeder vertrok ik naar een land ten oosten van Zuid-Afrika en ten westen van Madagaskar. Een land dat al vele jaren armoede kent. Een land dat de thuisbasis van mijn oom vormde en waar hij als een van de laatste Nederlandse missionarissen zijn werk deed. Ik heb het over Mozambique.

Voor mij als kind en zelfs tot ver in mijn volwassen jaren, was hij de oom, die ver weg woonde en die ik eens in de drie jaar zag als hij Nederland bezocht.

Twee jaar geleden werden de rollen omgedraaid en wilde ik hem bezoeken. Ik wilde zelf ervaren waar hij leeft. Ik wilde zelf zien wat hij daar als missionaris zoal doet. Een beetje natuur en wat kunst en cultuur snuiven, zou een leuke aanvulling zijn.

Drie weken zou ik van huis zijn. Weg van mijn gezin. Drie weken was ruim voldoende tijd om eenmalig daar te zijn!

Ik hoor het mijn moeder nog zeggen: "En wat de studenten aan gaat, daar heb je weinig mee van doen. Die hebben spoedig vakantie en zullen dan drie maanden weg zijn." Ik nam dat ter kennisgeving aan omdat zij haar oudste broer inmiddels al vaker had bezocht.

Want ja, 'de studenten', zelfs dat was een abstract begrip. Mijn oom had toen samen met een collega een aantal jonge mannen onder zijn hoede. Jonge mannen in de leer voor priester.

Nou, ik kan je vertellen ... het liep allemaal een beetje anders!

Mijn naam is Laura Craenmehr en ik neem je graag een klein stukje mee op reis.

Vanaf dat ik voet op Mozambikaanse grond zette en mijn oom én de eerste student ontmoette, veranderde alles. In die drie weken werd de start gemaakt én de basis gelegd van een zeer bijzondere vriendschap. Met elke student. Tien in totaal. Waarvan de jongste zeventien en de oudste zevenentwintig jaar was. Ook werd ik gegrepen door de steunende rol van het geloof. Het geloof dat ik daar als  compleet anders ervaren had, vergeleken met wat ik in Nederland kende. Zoveel meer betekenis voor de mensen en zoveel levendiger met hun zang en liturgische dans.

Dan hebben we nog de mensen om mijn oom heen. Wauw, zo hartelijk,  zo vriendelijk, zo verrassend. Je begrijpt het wel. Drie weken bleken veel te kort. Ik vertrok met een verscheurd gevoel en pijn in mijn hart. Twee feiten stonden voor mij als een paal boven water: ik zou absoluut terugkeren en het plan om mijn indrukwekkende tijd vast te leggen in een boek begon serieuze vormen aan te nemen.

Twee jaar later, nu 2024. Klaar voor de reis die ik in mijn eentje start. Een verlangen om mijn oom en de  studenten weer te zien én deze keer een lang gekoesterde meisjesdroom in vervulling laten gaan.  Namelijk vrijwilligerswerk te doen in een land waar mensen hard werken om uit de armoede te komen. Op een plek waar ik iets kan betekenen. Niet de redder voor hen te willen zijn, maar werkzaamheden verrichten waar ze wat aan hebben. Mijn oom zette zijn connecties in en vele voorstellen passeerden de revue. Maar toen hij begon te vertellen over een tehuis voor jongens van de straat. Een thuis voor jongens die geen thuis meer hebben.  Een familie voor zij die geen familie meer hebben. Ik voelde me helemaal warm worden en zei tegen mijn oom: "Je verhaal is nog niet af, maar ik weet het al. Deze wordt het."

Hoe vreemd is het uiting te geven aan een verlangen om mensen na twee jaar weer te kunnen zien? En waarvan ik weet, dat als ik niet reis, ik ze waarschijnlijk nooit meer zou zien.

Eindelijk is het 3 oktober 2024 en ik zet voor de tweede keer voet op Mozambikaanse bodem. De start van mijn nieuwe avontuur.

Ome Hub staat te wachten samen met Délcio, een van de studenten, waarvan ik kan zeggen dat hij een heel goede vriend is geworden. Mijn vreugde steek ik niet onder stoelen of banken.  Wat ben ik blij hen weer te zien. En dat gevoel is geheel wederzijds. Délcio zegt iemand te gaan halen. Tot mijn grote verrassing is Valdemiro erbij. De blinde man wordt door Délcio naar mij toe geleidt en ook hier is de vreugde wederzijds.

We rijden de miljoenen stad Maputo in en ik geniet alleen al van het in de auto zitten bij deze drie mensen. Valdemiro zetten we halverwege onze route af. Toch knap hoe hij zich, in deze overvolle stad, een weg weet te banen.

Op mijn verzoek rijden we eerst naar de foyer waar de andere studenten verblijven. Ze weten wel dat ik vandaag in Maputo zou arriveren,  maar niet dat ik naar hen op weg ben. Onderweg herken ik de route weer, maar de voorpret om de blikken op de gezichten van de studenten te gaan zien, voert toch echt wel de boventoon.

Deel 2: de hereniging met de studenten

Dan is het moment daar. We rijden de poort door van Lar São Pedro Julião, het vormingshuis van de studenten. Twee jaar geleden zwaaiden de studenten mij uit en nu ontmoeten we elkaar hier opnieuw.

In de refter ontmoet ik de eerste studenten, het zijn voor mij nieuwe gezichten. Een nog wat onwennige begroeting volgt. José en Pedro zijn de volgenden en een lach van verrassing en blijdschap verschijnt op onze gezichten. Blij elkaar na zo'n lange tijd weer te zien! En dan Abisai. Hij was een van de introvertste jongemannen en laat met zijn begroeting direct zijn groei zien. Délcio gaat mij voor richting studieruimte. Daar zijn de anderen. Ik begroet de 'oude' garde: Osvaldo, Hèlder, Gessua, Jonasse en Domingos. Met nog drie anderen maak ik kennis.

Allemaal zijn ze twee jaar ouder geworden, zijn ze gegroeid in het leven en hebben ze zich verder ontwikkeld. Het is duidelijk dat de vreugde wederzijds is.

We rijden verder naar Santa Ana de Munhuana, waar mijn oom woont.  

Ook daar ontmoet ik veel bekende en ook nieuwe gezichten. Ik voel me erg welkom geheten!

De eerste dagen in Maputo staan in het teken van landen, mijn plekje zoeken en aftasten hoe het dagritme van de paters en broeders is. Natuurlijk een bericht uitwisselen met het thuisfront: de reis was goed.

Er heerst een gemoedelijke sfeer. Iedereen doet z'n eigen ding: Pedro, de wacht van Lar, werkt samen met mijn oom in de tuin. De wasvrouwen kommeren zich om de Liturgische kleding, twee jonge vrouwen schilderen een religieuze afbeelding op een steen en de technicus maakt een plantenbak waterdicht. Ik pak een stoel en zet me in de schaduw neer om te schrijven. Immers hier is het nu zomer.

De avonden vallen snel in en met het donker van de nacht, ontvouwt zich een andere wereld. Als ik in bed lig hoor ik geknal. Heel even denk ik aan vuurwerk. Heel eventjes maar, want vuurwerk lijkt mij onwaarschijnlijk gezien het grote gebrek aan financiële middelen. Meer aannemelijk is een schietpartij. En als dat laatste klopt, is het niet zo'n kleintje ook. Er wordt flink op losgeschoten. Waarom? Daar heb ik geen idee van. De plek des onheils is gelukkig een eindje van deze plek verwijderd. Desondanks voel ik me voor een moment niet rustig waardoor het in slaap vallen wat uitgesteld wordt.

Het leven van mijn oom omhelst een heel ander dagritme dan ik gewend ben. Dat betekent bij het ochtendgloren op, ontbijten en vertrekken om op tijd bij een andere parochie arriveren. Deze keer in Matola, waar de ouderen vandaag hun intrede doen in hun sociëteit, tijdens een plechtige eucharistieviering.

Het komt met grote regelmaat voor dat een planning niet met de realiteit overeenkomt. De mis die 2 uur zou duren, duurt drie en een half uur. Dat lijkt lang, echter het is keer op keer een bijzonder gebeuren. Zo levendig. Zo kleurrijk. Zowel in kleding, alsook in zang en dans. Aansluitend is er, onder de schaduwrijke bomen, een gezamenlijke maaltijd met alle parochianen.

Maandag 7 oktober is de dag dat ik afreis naar Boane. Een gebied op zo'n 50 kilometer van Maputo-stad. Dat is maar een stukje, desondanks doen we er zeker anderhalf uur over. De wegen bevatten op de meeste plaatsen meer kuilen en gaten dan asfalt.

Bento is onze chauffeur.  Ik ben erg blij hem weer te zien. De humor van de 72-jarige man haakt heerlijk in de mijne en het maakt de route aangenaam.

We rijden de stad uit en de natuur in.

Op naar Casa do Gaiato de Mozambique. De punt van de kapel, ofwel de ontmoetingstent, is al van ver te zien. Het ligt tegen een heuvel aan in een glooiend landschap.

Casa do Gaiato vindt zijn oorsprong in Portugal. Stichter Pater Américo Monteiro de Aguiar had als doel verlaten kinderen, weeskinderen en kinderen die gevaar lopen op te voeden en onderwijs te bieden.

 In Mozambique was het Priester José Maria Ferreira Costa, die Casa do Gaiato oprichtte. En dat was nodig, want door de jarenlange burgeroorlog kreeg Mozambique te maken met een serieus probleem. Het aantal straatkinderen, oorlogsweeskinderen en verlaten kinderen groeide drastisch.

Ik vind het heel verdrietig dat deze plekken nodig zijn en tegelijkertijd ben ik erg blij dat deze plekken er zijn.

Inmiddels is Zuster Quitéria, al vele jaren het kloppend hart van Casa do Gaiato.

 Zij houdt het geheel draaiende samen met een vast team en wisselende vrijwilligers. Samen bieden zij een huis én een thuis aan 158 jongens van de straat. Een familie voor degene die geen familie heeft!

Dit is de plek waar ik vrijwilligerswerk mag gaan doen. Wat dat zal inhouden, weet ik niet. Dat laat ik aan Zuster Quitéria over. Zij weet waar ze me nodig heeft en dat staat voor mij op nummer één.

Deel 3: op naar Casa do Gaiato

Wat is het prachtig hier. De lange laan vol met jacaranda bomen markeren de weg. We passeren verschillende gebouwen, voordat we de laatste post voorbij rijden.

Onze chauffeur Bento volgt de weg verder naar boven en draait links met de bocht mee. Op de parkeerplaats staan zeker zeven schoolbussen klaar om de externe leerlingen tussen thuis en school te vervoeren. Zuster Quitéria komt ons tegemoet. Een kleine Braziliaanse vrouw van begin 60. Toen we nog op weg waren naar Casa do Gaiato,  sprak ome Hub erg lovend over haar: "Ze doet het erg goed. Het runnen van Casa do Gaiato, met zoveel kinderen, is immers een heuse uitdaging."

Ik stel me aan haar voor. Zij begroet ons hartelijk en stelt ons vervolgens voor aan een van de jongens. Ze geeft hem een sleutel en niet veel later lopen we met hem mee naar de plek, waar mijn verblijf zal zijn.

Omdat het tegen een heuvel is gebouwd, is er best een niveauverschil. Zo liggen de  centrale kantoren en de eetzaal hoger, dan de paviljoens waar de kinderen en jongeren wonen. Alle ingangen zijn naar de kapel gericht, die het hoogst gesitueerd is.

Al snel is duidelijk hoe goed er is  nagedacht over de locatie van elk gebouw. Zelfs de grote afwateringsgeulen zijn supergoed geïntegreerd en sluizen het water naar de lager gelegen akkers. We lopen verder omlaag naar het Esperansa huis. Dit is de plek waar alle jongens onderzocht worden als ze voor het eerst arriveren. Ook worden hier de zieken verpleegd en gemonitord. Direct achter het medische centrum staat een ander gebouw. Dit gebouw biedt ruimte aan vrijwilligers en aan jongemannen die hier ooit als 'gaiato' gewoond hebben. Want: eens een gaiato, voor altijd verbonden aan de grote Casa do Gaiato familie.

Ook ik heb hier mijn verblijf.

Tijdens de lunch maak ik verder kennis met Zuster Quitéria en worden er concrete afspraken gemaakt. De vraag 'wat ik graag zou willen doen?' is onderdeel van het gesprek. "Datgene waar mijn aanwezigheid het meest nodig is," antwoord ik haar. 

Meermaals had ik tegen mijn oom al gezegd: "Het maakt mij niet uit wat voor werkzaamheden ik bij Casa do Gaiato kan doen, al is het wc's poetsen, werken op het land of in de keuken staan. Ik weet niet waar ze mijn hulp kan gebruiken."

Haar antwoord komt dan ook als een grote verrassing: "Zou jij iets kunnen betekenen voor een 16-jarige jongen, die in bed plast?" Mijn bevestigende antwoord zorgt ervoor dat ik mijn eigen werkzaamheden mag gaan uitvoeren. Mijn kennis en kunde als ex-psychiatrisch verpleegkundige gecombineerd met mijn ervaring als shiatsu therapeut, mag ik hier vorm gaan geven. Wauw, die zag ik niet aankomen. Dan laat ze weten enkele jongens in gedachten te hebben, die ik zou kunnen behandelen.  Dat is meer dan ik gedacht en verwacht heb. Jeetje, wat een bijzonder fijn welkom.

Na de lunch neem ik afscheid van mijn oom en Bento. Hen zal ik over enkele dagen weer zien, want ik zal de komende periode afwisselend in Maputo en in Boane verblijven.

De rondleiding over het terrein wordt onderbroken als blijkt dat er een meisje onwel geworden is. Hoe bizar is dat? Ik ben nog geen uur hier en wordt nu al door Zuster Quitéria verzocht mee te komen en haar te observeren. Twee uur later is het meisje weer wat opgeknapt en vervolg ik de rondleiding naar de kapel, want daar waren we naar op weg. De ronde en semi open ruimte voelt heel sereen aan.  Het uitzicht vanaf hier is adembenemend mooi. Het gebouw, de locatie, de inrichting het uitzicht en de sfeer... WAUW

En met het bezichtigen van de schoolgebouwen, voor de kleinsten en de grotere jeugd, sluiten we af.

In de eerste dagen die volgen, ontvang ik alles wat ik nodig heb en meer. Een lijst met acht jongensnamen, een behandelruimte met daarin een behandeltafel en een tablet om met de jongens privé te kunnen communiceren over hun problemen.

Ik heb me altijd al afgevraagd hoe het, letterlijk, voelt om een Mozambikaans lichaam te behandelen. Hun huid, energie en spieren voelen echt anders dan ik gewend ben onder mijn handen te voelen. Zij gebruiken hun lijf zo anders dan ik gewend ben dat te doen. Met het moment voel ik me steeds rijker worden. Ik voel me ergens ook heel nederig. Zuster Quitéria vertrouwt mij vele jongens toe en met niet de minste problemen.  Hierbij valt te denken aan verlating, verstoting, misbruik,  verlies ouders, armoede, moeten (over)leven op straat. Veel schrijnende situaties die hier aan de orde van de dag zijn.

Zuster Quitéria leer ik kennen als een bijzondere vrouw. Zij is de vader en moeder ineen. Het ene moment biedt ze duidelijke  grenzen en structuur aan. Het volgende moment is ze de mama die hen een knuffel, complimenten en een steun in de rug geeft. Ze kent alle 158 jongens bij naam, leeftijd en achtergrond. Als directrice regelt ze en houdt ze het overzicht.

Deel 4: de keerzijde van de reis

Als vrijwilliger mag ik mijn shiatsu therapie kennis, volgens mijn eigen visie, vorm geven. Mijn caselaod breidt zich snel uit naar een twintigtal jongens, die ik mag behandelen. Velen dragen de littekens van trauma's met zich mee en soms moeten de medewerkers van Casa do Gaiato jaren wachten voordat de waarheid aan het licht komt. Wanneer het nodig is, vragen ze de steun van gespecialiseerde professionals om hen te begeleiden.

Dat ik voor zowel de jongens als ook het team, mijn steentje hieraan bij kan dragen, vind ik fantastisch. 

De taalbarrière tussen hun minimale Engels en mijn toeristen-Portugees maakt praten over hun pijn, hun verleden en hun trauma's lastig. Een tablet biedt grotendeels uitkomst, waarbij ik met de jongens kan communiceren, zowel op schrift als mondeling, want analfabetisme komt nogal veel voor als een jongen pas in zijn tienerjaren bij dit huis arriveert. Gelukkig slaat het lichaam elke herinnering op en is praten lang niet altijd nodig. Als ik zie hoeveel jongens een veel rustigere blik in hun ogen hebben, zodra de behandeling klaar, is mijn missie geslaagd. 

Doordat ik ze van zo dichtbij mee maak, zie ik ook in wat voor conditie hun kleding en schoenen zijn. Het financieren van deze spullen voor de ruim 150 jongens is niet eenvoudig. Ze moeten het doen met wat ze hebben of wat ze gesponsord krijgen. Een sportbroek, die als onderbroek fungeert, als ze er überhaupt al een hebben. Schoenen waarvan de inlegzolen verdwenen zijn of waarvan complete stukken afgesleten zijn. Kleding met gaten en scheuren. En diezelfde kleding dragen ze vele dagen achterelkaar.

Desondanks hebben ze het hier vele malen beter dan dat ze het thuis of op straat hadden.

Om Casa do Gaiato draaiende te houden worden taken en werkzaamheden door de jongens gedaan. Hierbij valt te denken aan het huis op orde houden, werken in de wasserij, keuken of bediening, bij de boerderij, op het land, bij de timmerwerkplaats of bij de kantoren.  Daarnaast is er absoluut ruimte voor school en huiswerk, sport, professionele training en gezelligheid in de gemeenschap.

Gezonde voeding is hier een erg belangrijke factor en tijdens de eetmomenten wordt er keer op keer door een kookploeg een goede en gevarieerde maaltijden gepresenteerd.

In wezen is Casa do Gaiato 'een gezin voor degenen die er geen hebben'. Dat geldt ook voor de 'ex-gaiato's', de jongemannen die ooit bij Casa do Gaiato gewoond hebben en nu als twintiger elders wonen en studeren. Het streven is dat elke jongen de mogelijkheid krijgt te kunnen studeren passend bij z'n niveau. De familiegeest blijft dan ook altijd een eeuwige band.

Mijn tijd bij Casa do Gaiato wissel ik af met mijn tijd in Maputo, bij mijn oom en de studenten. Het op en neer reizen wordt echter flink op de proef gesteld.

Toen ik net in Mozambique arriveerde, begin oktober, begonnen de presidentsverkiezingen. Die gaan niet democratisch, zoals ik het gewend ben. Dat het een dictatuur betreft, merk ik dan ook al snel. De machthebbende partij heeft al ver voordat de verkiezingen überhaupt begonnen waren, besloten dat zij zouden winnen. Immers 49 jaar aan de macht, moet je toch bekronen met een 50e jaar. Het grootste deel van de Mozambikaanse bevolking is het er duidelijk niet mee eens en naarmate de verkiezingen daadwerkelijk plaatsvinden en de officiële (niet op de stem van het volk) gebaseerde uitslag gepresenteerd wordt, neemt de onrust toe. Manifestaties die vol geweld door politie en militairen uiteen gedreven worden. Waarbij traangasbommen, mishandeling en het vuur openen op grote menigten en daarbij met scherp schieten niet geschuwd wordt. En als ik je vertel dat de machthebbende partij alles in handen heeft zoals: de televisiestations,  politiekorpsen en het militaire regime. Ook besluit de machthebber met grote regelmaat de toegang tot internet te boycotten.  Dat betekent dagenlang geen contact met de wereld. Gelukkig is de bevolking slim genoeg deze te omzeilen en toch berichten via andere kanalen naar buiten te zenden.

Voor mij betekent het per moment bekijken wat kan en wat niet kan. Veiligheid staat met grote stip op nummer één! Reizen tussen mijn twee verblijfplaatsen is niet altijd mogelijk. Zelfs het naar de studenten gaan, die op 10 minuten loopafstand van mijn oom wonen, kan meermaals niet plaatsvinden. Te gevaarlijk.

Traangasbommen bij de studenten in de tuin, traangaslucht terwijl ik met een van de broeders in de keuken sta om te koken. Het slaat op onze ogen en luchtwegen.

 Een mondkapje uit de Covid-tijd is dan erg welkom. Schoten die gelost worden en mensen die schreeuwend alle richtingen uitrennen. Zo heftig! Zo triest! Triest dat de bevolking zich zo moet gedragen om gehoord te worden. Maar nog triester vind ik het dat dit totaal genegeerd wordt.

Gelukkig verkeren de jongens bij Casa do Gaiato, de studenten en broeders van de Congregatie van mijn oom, zijn collega's,  en ikzelf allemaal in veiligheid.

Deel 5: mijn boekpresentatie aan de studenten 

De tijd die ik in Maputo ben, besteed ik zoveel mogelijk aan de studenten en de broeders. De ervaring leert dat zij op zeer korte termijn te horen kunnen krijgen wanneer ze naar hun familie en vrienden kunnen vertrekken. Dat betekent: onze tijd is schaars. Deze wil ik juist daarom zo goed mogelijk benutten.

Toen ik twee jaar geleden afscheid van de studenten nam was dat, zowel voor mij als ook voor hen, een verdrietig moment. We hadden elkaar in onze harten gesloten en het afscheid was moeilijker dan verwacht. De keuze terug te keren naar Mozambique, naar mijn oom en naar hen, was dan ook snel gemaakt.

Mijn bezoek twee jaar geleden heeft veel indruk op mij gemaakt en dat heeft geresulteerd in een reisverslag, dat uiteindelijk een boek is geworden dat in eigen beheer gedrukt en uitgegeven is. Een boek dat niet alleen een reisverslag in woorden is, maar ook door honderden foto's bekrachtigd wordt. Het bijzondere contact met deze studenten, mijn oom en alle anderen om mijn oom heen en de Mozambikaanse cultuur staan centraal. Ongekend is dan ook het gevoel als ik deze keer mijn koffers meer met mijn boeken gevuld heb, dan met kleding. Boeken die ik al twee jaar aan de studenten hoopte te kunnen geven. Immers zij zijn een belangrijk deel van mijn reis geweest.

Mijn diepste wens heb ik helaas niet kunnen realiseren en dat was het boek te laten vertalen in het Portugees. De kosten waren te hoog, waardoor ik hen noodgedwongen de Nederlandse versie zal geven.

In de televisieruimte zitten de meesten al te wachten. De andere studenten druppelen voor en na binnen. De boeken deel ik uit en er wordt smakelijk gelachen en bevestigend gereageerd, als ik stukken vertaal waar ik over de studenten schrijf. Ook is hun verbazing groot wanneer mijn observaties een schot in de roos zijn. Op de foto hiernaast staat Abisai, vol trots met mijn boek.

Herinneringen worden opgehaald en tegelijkertijd wordt hun groei ook benoemd. Zo heeft een van de studenten, José, mij destijds gevraagd of ik zijn Nederlandse moeder wilde zijn, omdat zijn moeder enkele jaren geleden gestorven is. Daar heb ik 'ja' op gezegd en de afgelopen twee jaar hebben we onze band verder opgebouwd en versterkt. Dat is merkbaar en een blik en een lach is voldoende om te weten waar we staan. 

Als ik hem zijn exemplaar geef, is zijn lach onmiskenbaar en is de dankbaarheid in zijn knuffel voelbaar.

Natuurlijk heb ik met sommige studenten een beter en dieper contact, dan dat ik dat met de anderen heb. Dat vind ik heel normaal en dat is prima. Zo is het contact met de studenten die ik tijdens deze reis voor het eerst leer kennen, nog meer in een oriënterende fase. Terwijl er met de studenten die ik al eerder ontmoet heb, al een sterkere vriendschap is opgebouwd. En dit wordt alleen maar versterkt wanneer we een dagje Maputo-stad in gaan, een ijsje eten, naar de oceaan gaan, een film kijken of samen koken. Kortom gewoon de tijd samen doorbrengen, mits de politieke onrust het toelaat, is erg prettig. We zijn ons er allen van bewust dat tijd kostbaar is en dat betekent dat herinneringen maken centraal staat.

Dat geldt ook voor de vier broeders, die uit Congo-Kinshasa terug gekomen zijn. Zij verblijven gelukkig, net als ik, bij Santa Ana. Hierdoor is er meer gelegenheid met elkaar het contact aan te gaan en Adérito, Terenciano en Onávio beter te leren kennen. Met Timóteo heb ik al die tijd via whatsapp contact gehouden. Met de andere drie broeders is dat er gewoonweg niet van gekomen. Ik vind het fijn dat we tijd spenderen door bijvoorbeeld een spelletje te dammen, de voorliefde voor de natuur te delen of gewoon te praten en wat lol te trappen. Dat vindt dagelijks wel plaats en het wordt ook vanuit hun kant zeer gewaardeerd.

Als de broeders hun taken vervullen in de eucharistieviering, geef ik mijzelf de ruimte te schrijven en alle indrukken te laten bezinken, zoals de verdieping in de vriendschap met de studenten en de broeders.

En het zijn nogal wat indrukken. Wat ik vooral merk is dat het aangaan van een verbinding met een ander hier zo makkelijk gaat. Heel natuurlijk. Dat geldt ook voor de collega Paters van mijn oom. Dagelijks met hen de eetmomenten delen, de humor die over de tafel gaat, hen zien tijdens een eucharistieviering of gewoon het praatje in de wandelgangen.

Daarnaast leer ik ome Hub weer wat beter kennen en blijken we veel gelijkenissen te delen.

Dat ik voor mijn boek de subtitel: 'Mozambique, het volk dat mij verraste' heb gekozen, blijft voor mij een feit. Want dit volk verrast mij wederom met hun hartelijkheid, openheid en goedheid. En ja dat staat weliswaar haaks op het besturingssysteem van dit land. Toch ervaar ik het keer op keer weer bij de Mozambikanen die ik hier ontmoet.

Deel 6: het afscheid

Dan ineens is het daar. Het voor mij meest moeilijke van alles. De laatste twee weken breken aan en staan in het teken van afscheid nemen. Bah, wat stom .

Allereerst krijgen de studenten, die volgend jaar verder studeren aan het seminarie in Maputo, te horen dat het veilig genoeg is te kunnen reizen. Eindelijk kunnen ze na een periode van ruim acht maanden beginnen aan de 2500km lange terugreis. Terug naar huis, waar familie en vrienden op hen wachten. Ik kan het me niet eens voorstellen hoe het is om je dierbaren na zo'n lange tijd weer te gaan zien. Ze reizen per bus. Twee dagen zijn ze zeker onderweg. Soms wordt er zes uur aan een stuk gereden zonder pauze. Een mankement aan de bus of een aanrijding is niet onaannemelijk.  Zo'n reis wordt door deze jonge mannen dan ook als zeer vermoeiend ervaren.

Daags voor hun vertrek breng ik nog wat tijd met hen door, want zij vertrekken vroeg in de ochtend.

Omdat er weer gereisd kan worden, besluit ik diezelfde dag terug te reizen naar Casa do Gaiato.  Mijn werkzaamheden zijn nog niet af. Natuurlijk zijn ze daar nooit af, maar ik heb er nog wat beloftes uitstaan met betrekking tot de behandelingen. Na anderhalve week keer ik weer retour. En hoe gek ook, zelfs na zo'n relatief korte periode heb ik de jeugd gemist en zij mij ook. Ik ben dan ook oprecht blij weer terug te zijn. In de vijf dagen die volgen staan behandelingen geven en nog wat foto's maken centraal om dit af te sluiten met wederom het thema afscheid nemen. Ik neem afscheid van de kinderen en jeugdigen voor een onbekende en onbepaalde tijd en hiermee zij ook van mij.

Mijn moeder is ondanks alle oproer inmiddels ook in Mozambique gearriveerd. Samen met ome Hub en twee studenten, Pedro en Délcio, is ze aanwezig bij dit moment. Tijdens de lunch in de eetzaal worden verschillende voordrachten opgevoerd door de jongens van Casa do Gaiato. Er wordt gezongen, gedanst, er is poëzie en een gesproken woord, een briefje in het Nederlands geschreven of een persoonlijke boodschap. Ik voel me geraakt door wat er voor mijn ogen en voor mij gebeurt.

Als dank je wel van mij voor hen heb ik met een docent, Torres, een lied voorbereid en ik verras hen op mijn beurt hiermee.

De dankbaarheid van Zuster Quitéria is groot en deze deel ik op mijn beurt ook met haar, omdat mijn dankbaarheid ook groot is. Ome Hub zei al: "Het is een erg goede match geweest. Dat hadden we vooraf alleen maar kunnen hopen."

Lang kan ik hier niet bij stilstaan, want kort nadat ik weer in Maputo ben krijg ik te horen dat de vier broeders inmiddels ook weten wanneer ze naar hun familie en vrienden kunnen reizen. Dat is over vier dagen. Deze dagen brengen we bewust met elkaar door. En als het moment aangebroken is, kunnen na wat geregel en gepuzzel mam en ik mee naar het vliegveld om hen uit te zwaaien. 

Man, wat voelt dit dubbel.  Ik ben zo blij dat ze, na ruim twee jaar in Congo-Kinshasa gestudeerd te hebben, weer naar huis kunnen.  Maar ik voel me ook verdrietig om hun gedag te moeten zeggen.

Tja, en dan twee dagen later ben ik aan de beurt. Nu staat ineens mijn afscheid centraal. Wat zijn de ruim zeven weken toch om gevlogen. Het leek zo lang voordat ik hieraan begon en nu wil ik naar huis en tegelijkertijd ook hier blijven.

Afscheid nemen van mijn oom, die ik hopelijk nog een keer ga zien, voelt vreemd. Mam wens ik een goede en vooral veilige tijd hier. Haar zie ik in het nieuwe jaar wel weer. De paters en broeders die bij Santa Ana en Lar wonen zeg ik gedag. Maar het moeilijkste vind ik om afscheid te nemen van de vijf studenten,  de filosofen, die enkele dagen na mijn vertrek afreizen naar Senegal. Dat betekent dat ik hen de komende drie of vijf jaar niet meer zal zien. Gewoon omdat hun vervolgtraject zo opgezet is. Begrijpen doe ik dat absoluut en toch vind ik het lastig.

Mijn reis naar huis verloopt goed en het weerzien met Per en onze kinderen Signy en Arvid voelt goed. Ondanks dat het gemis er ook is. Immers alle, maar dan ook alle mensen heb ik in mijn hart gesloten. 

Dat betekent dat het vertrek mij zwaar is gevallen, want als ik niet reis, niet terugkeer naar Mozambique, dan is de kans groot dat ik het merendeel van deze mensen nooit meer zal gaan zien. Het besluit terug te keren is voor mij dan ook geen vraag meer. Wanneer? Dat zal mettertijd helder worden.

 

Dank aan iedereen die mijn reisverslag gelezen heeft en wellicht tot ziens bij de presentatie van mijn tweede boek, medio augustus 2024, over deze indrukwekkende tijd.

 

Groetjes, Laura Craenmehr